Als Partij voor de Misantropen zeggen wij: communicatie betekent automatisch narigheid. Zenden is één ding, maar moeten luisteren naar de ander, écht moeten luisteren naar wat de ander te zeggen heeft… Wat ons betreft is er weinig dat sterker doet verlangen naar een versneld einde van de mensheid.
Taal is volkomen ontoereikend om uitdrukking te geven aan een gedachtewereld. Zelfs de grootste romans uit de literatuurgeschiedenis zijn slappe aftreksels van de werkelijke ideeën van hun auteurs. Elke poging om iemand in je hoofd mee te laten kijken is gedoemd te mislukken.
Als wij mensen, ijdel en onbescheiden als we zijn, de ander dan toch zo nodig moeten lastigvallen met onze zielenroerselen, laten we dat dan in godsnaam doen zonder gebruik te maken van de meest beschamende woordcombinatie sinds ‘ik heb zoiets van’:
‘Ik merk dat ik…’
Deze nieuwe taalhype onder zo ongeveer iedereen met een LinkedIn-account en / of abonnement op Psychologie Magazine is schadelijker voor de gezondheid dan kettingroken in een vat zoutzuur.
Het is abjecte taalkots. Een zin beginnen met ‘ik merk dat ik’ suggereert dat de ziel is uitgetreden en dat het eigen lichaam van een afstand wordt geobserveerd, zodat pseudo-objectief de eigen gedachten en gevoelens kunnen worden beschouwd. De ‘ik merk dat ik’-gebruiker doet helaas alleen positieve ontdekkingen over zichzelf: ‘ik merk dat ik moeite heb met onrecht’, dat soort teksten. Het is gewichtigdoenerij, meta-gelul van de ergste soort. Het is niet te harden.
We willen niet gelijk dreigen met de Strafkolonie Flevoland, maar het gebruik van de zegswijze ‘ik merk dat ik’ is absoluut af te raden zodra de Partij voor de Misantropen het voor het zeggen krijgt in Nederland.