De hervonden geestdrift van penningmeester Kees Desmet

Aan de hand van tien vaste vragen stellen prominenten van de Partij voor de Misantropen zich aan u voor:

Vandaag penningmeester Kees Desmet, 1977, Den Helder.

Omschrijf uzelf kort. “Kent u Markies de Sade’s Justine, of De tegenspoed der deugdzaamheid? Mijn leven is dat van Justine. Als ik een blinde help oversteken word ik beticht van bemoeizucht. Als ik mijn ex-vrouw bloemen gaf zei ze: “je hebt zeker gewetenswroeging.” Het is om gek van te worden. Terwijl ze met twee volle reiskoffers in de Mercedes van haar nieuwe vriend stapte en ik haar smeekte niet te gaan zei ze: “je bent het ergste wat me ooit is overkomen””.

Hoe zag uw (politieke) loopbaan er tot dusverre uit? “Gedurende drie maanden heb ik Nederlands gestudeerd. Halverwege de nacht, ik was net begonnen aan één of andere tekstanalyse van Van den vos Reynaerde, daalde het besef in: dit leidt nergens toe. Via connecties in het nachtleven kwam ik aan een (onbezoldigd, red.) baantje als stadsdichter van Den Helder. Bevangen door de roem raakte ik aan de drank en drugs en leefde zelfs een tijdje op straat. Op het dieptepunt van mijn bestaan bood een vanwege zijn maatschappelijk engagement lokaal redelijk bekende dominee me onderdak in zijn kerk. Hij stuurde me weer naar school. Ik haalde het diploma bedrijfsadministratie en vond emplooi in een kippenslachterij. De dominee werd overigens korte tijd later gearresteerd op verdenking van bestialiteiten met een ezeltje”.

Hoe bent u misantroop geworden? “Aan de Costa Brava raakte ik als peuter, al spelend in het ondiepe deel van de zee, mijn ouders kwijt. Na een eeuwigheid huilend in het zand te hebben gezeten nam een Spaanse mevrouw me bij de hand. We liepen langs het water tot mijn moeder op ons af kwam rennen en me in haar armen sloot. Toen ze klaar was met knuffelen sloeg mijn vader me hard op mijn billen. Hij zei: “je mag nooit zomaar met vreemden meegaan””.

Met welke politieke partijen verwacht u in de toekomst samen te werken? “D66. Dat zijn misschien nog wel grotere mensenhaters dan wijzelf”.

Wie inspireert u het meest? “Al die honderden vrijwilligers van de Partij voor de Misantropen die zich belangeloos en met ziel en zaligheid inzetten tegen hun medemens”.

Welke doelen heeft u zich gesteld op persoonlijk vlak? “Mijn leven heeft lange tijd een doel gemist. Sinds ik penningmeester ben van de Partij voor de Misantropen ben ik weer begeistert, zoals de Duitsers dat zo fraai zeggen. Mensenhaat heeft het beste in mij naar boven gehaald. Ik sport tegenwoordig zelfs weer een beetje, zo graag wil ik blijven leven”.

Hoe combineert u werk en privé? “Ach ja, wat is privé? Eerlijk gezegd moet ik er niet aan denken ooit nog met een vrouw samen te leven. Die ontembare behoefte om te weten waar je aan denkt, wat je gaat doen en waarom en met wie. Dat eeuwige geklets in de ruimte. Al die haren ook in je doucheputje, met van die gore conditioner erop”.

Wat is uw favoriete vakantiebestemming? “In Google Maps rijd ik op het ene moment over de Avenue de Champs-Elysees, het andere door de binnenlanden van Kazachstan. Big tech heeft van reizen een volslagen overbodige exercitie gemaakt”.

Hoe kwam u in aanraking met de Partij voor de Misantropen? “Arend Jan (Van Westerloo, red.) ken ik van de kippenslachterij. Het was me bij onze eerste ontmoeting meteen duidelijk: deze man is een visionair, iemand die een grootse politieke loopbaan tegemoet gaat, misschien wel als premier van dit land. Toen hij me benaderde om samen een nieuwe partij op te richten heb ik uiteraard ja gezegd”.

Hoe ziet u de toekomst van Nederland? “Met z’n dik achttienmiljoenen leven we op van de zee gestolen land. Overal waar je komt tref je niets dan mensenmassa’s. Niet alleen in de stad, ook in het bos en op de heide stikt het tegenwoordig van de mensen. Het is onuitstaanbaar druk, altijd en overal. Afschuwelijk. Tegelijk is de gemeenschappelijkheid verdwenen. We zijn allemaal op ons eigen, particuliere comfort en gewin gericht. Het kan niet anders of de één of andere mogendheid gooit er vroeg of laat een bom op”.