Even voorstellen: Cobi van Genegten

In de rubriek “ons electoraat” maakt u kennis met (potentiële) kiezers van de Partij voor de Misantropen. Eerder ontmoette u al Laurens, schaapherder Heleen de Croo en psychiater Victor Kinneging. Vandaag is het de beurt aan Cobi van Genegten.

Dag,

Mijn naam is Cobi van Genegten. Als onderwijzer was ik tot voor kort verbonden aan montessorischool de Windroos in Krommenie.

Ik weet niet of u een beetje bekend bent met montessorionderwijs, maar het is afgrijselijk. Het idee is dat we ons richten op de natuurlijke ontwikkeling van kinderen. Zelfstandigheid en keuzevrijheid staan centraal, binnen door de onderwijzer geschapen kaders. Vrijheid in gebondenheid heet dat dan. Kinderen hebben een “actieve rol in hun eigen leerproces”. Hoe moet dit land zich ooit verdedigen tegen de Russen, vraagt u?

U mag drie keer raden: welk type ouder kiest voor Montessori? Radioloog Elise en jazzmuzikant Boudewijn, of snackbarmedewerkster (tot ze op haar zestiende zwanger raakte van de tweede) Destiny en glazenwasser Angelo?

Oorspronkelijk ontwikkelde Maria Montessori haar methode juist voor achterstandskinderen, maar in de praktijk appelleren we vooral aan de zelfredzaamheid van Sterre’s en Mees-en. Het probleem: die kinderen worden zonder montessorionderwijs ook wel zelfredzaam, met dank aan de zilveren lepel in de mond waarmee ze geboren zijn.

Als onderwijzer zou ik het moeten waarderen dat ouders betrokken zijn bij het wel en wee van hun kinderen. Dat ze eigen ideeën hebben over de ontwikkeling van hun kind en een actieve houding aannemen tijdens een tienminutengesprek. Dat ze in staat zijn te helpen met huiswerk. Dat ze een remedial teacher inschakelen voor nóg betere prestaties. Ik zou het moeten waarderen, maar het lukt niet. Niet meer althans.

Ooit was dat anders. Toen ik net van de pabo kwam zat ik tjokvol idealen en goede bedoelingen. De keuze voor montessori kwam vanuit een diep gevoelde overtuiging en ik durf wel te zeggen dat deze onderwijsvorm me op het lijf geschreven was. Altijd had ik oog voor het individuele kind, met zijn eigen unieke behoeften. Mijn lessen leken rechtstreeks uit het montessori-handboek te komen.

Maar zoals dat gaat: bij het ouder worden vlakten mijn idealen langzaam maar zeker af. Gaandeweg begon ik een ongezonde afkeer te ontwikkelen van zowel leerlingen als ouders. Vooral de over het paard getilde exemplaren kon ik wel schieten, de verwende blagen die nooit eens “nee” te horen kregen. Hoe klein van stuk ze vaak ook waren, hun ego’s waren dat beslist niet. Met de tijd werd dat erger.

Op het montessori stikt het van de ouders die in drie talen kunnen uitleggen waarom de ene uitvoering van de Matthäus-Passion beter is dan de andere. Hun vanzelfsprekende succes begon me hoe langer hoe meer de keel uit te hangen. Montessori-ouders verwachten dat hun kind naar het gymnasium gaat, of het daar nu de capaciteiten voor heeft of niet. Atheneum is geen optie, de havo al helemaal niet, het vmbo is een grotere nachtmerrie voor ze dan kinderkanker. En vergis je niet: Montessori-ouders hebben zo hun eigen manieren om een eenvoudige onderwijzer ertoe te bewegen het juiste advies uit te brengen.

Het werd een sport voor me om bepaalde kinderen te benadelen. Het begon relatief onschuldig. In geval van een hyperintelligent- maar ook buitengewoon akelig jongetje schreef ik in een voortgangsverslag dat hij nog op zoek was naar intrinsieke motivatie. Die nacht verwachtte ik een inval van de politie, maar er gebeurde niets. Ik realiseerde me: niemand gaat me tegenhouden, ik ben als een wrekende god over mijn leerlingen. In typische montessoribewoordingen noteerde ik dingen als “werkt nog aan de concentratie”, of “leert nog om hulp te vragen”, het montessori-equivalent van een dikke onvoldoende. Hevig gestrest verschenen de bijbehorende ouders op een extra ingelast tienminutengesprek. Hun eisende toon veranderde van de weeromstuit in een smekende. Ik ben er niet trots op, maar ik genoot ervan. De macht steeg me vanaf dat moment naar het hoofd, denk ik. Ik wilde meer. Ik wilde vmbo-adviezen.

Omdat frauderen met de Cito-doorstroomtoets haast ondoenlijk is besloot ik de kwaliteit van mijn lessen drastisch omlaag te brengen. Het voert te ver om u tot in detail mee te nemen in mijn manier van werken, maar laat ik zeggen dat mijn rol in de natuurlijke ontwikkeling van de leerlingen niet bijster groot was en dat kaders nog wel eens ontbraken. In slechts een paar maanden tijd was het grootste deel van mijn klas vol supertalentjes afgezakt naar een gemiddeld havo-schooladvies. Drie potentiële vwo-leerlingen kreeg ik zelfs op een vmbo-school in Zaandam geplaatst. Van één van hen weet ik dat hij nu hamburgers bakt bij de Burger King.

Hoeveel leerlingen in al die jaren een te laag schooladvies hebben gekregen weet ik niet eens precies, maar het moeten er zeker honderd zijn geweest. Afgelopen schooljaar stond ik op het punt om opnieuw een groep functioneel analfabeten af te leveren toen ik van de schoolleiding te horen kreeg dat een onderzoek naar mij zou worden ingesteld. Men stelde mij per direct op non-actief. De resultaten van het onderzoek laten nog op zich wachten, maar ik maak me geen illusies. Dat ik een stukje mocht schrijven voor deze website leek me een mooie gelegenheid voor mijn coming-out. Iedereen mag het voortaan weten: ik ben een mensenhater.

Forza Partij voor de Misantropen!

Hartelijke groet,

Cobi van Genegten.

    Ontdek meer van Partij voor de Misantropen

    Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

    Lees verder